1,4 miljard euro - carnaval zorgt voor economische boost in Zuid-Nederland

upday.com 2 godzin temu
ANP Image ANP

De carnavalsperiode levert de horeca in Noord-Brabant en Limburg miljoenen euro's op. Sommige cafés behalen volgens Rabobank-expert Jos Klerx tijdens de carnavalweek zelfs tien tot twintig procent van hun totale jaaromzet. Het jaarlijkse volksfeest trekt bezoekers uit andere delen van Nederland en het buitenland naar de zuidelijke provincies.

Het feest zorgt vooral voor drukte bij cafés in uitgaansgebieden met carnavalsactiviteiten en bij hotels die bezoekers uit het noorden van het land of het buitenland opvangen. Ook fastfoodketens, snackbars, dönertenten en hamburgerzaken doen goede zaken tijdens het feest. Sommige restaurants of wijnbars sluiten juist hun deuren omdat zij weinig klanten verwachten.

ING-econoom Marten van Garderen ziet een verschuiving in bestedingspatronen tijdens carnaval. «Die euro's rollen nu beneden de rivieren en niet erboven», aldus Van Garderen. Consumenten geven tijdens het feest minder uit aan andere zaken omdat het geld naar de carnavalsfestiviteiten gaat.

Onderzoek: 1,4 miljard euro aan uitgaven

Economen Charles Kalshoven en Thomas Grosfeld publiceerden eerder onderzoek naar de economische impact van carnaval in het Economenblad ESB. Hun studie met de titel «Carnaval brengt knaken en katers» schat de uitgaven van feestvierders op ongeveer 1,4 miljard euro, voornamelijk aan bier en kostuums. Eerder onderzoek van economen kwam al uit op meer dan een miljard euro.

Het feest brengt ook kosten met zich mee. Het geschatte ziekteverzuim kost 780 miljoen euro. Gemeenten besteden ongeveer 15 miljoen euro aan schoonmaak en handhaving. Daarnaast zijn er kosten voor medische hulp aan feestvierders. De financiële balans blijft desondanks positief met een overschot van meer dan 600 miljoen euro.

Het onderzoek van Kalshoven en Grosfeld benadrukte ook de maatschappelijke betekenis van carnaval. Veel mensen sluiten volgens de economen vriendschappen en relaties tijdens het feest.

Let op: Dit artikel is gemaakt met Kunstmatige Intelligentie (AI).

Idź do oryginalnego materiału