De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft maandag een rapport uitgebracht met een dringende waarschuwing: te grote afhankelijkheid van kunstmatige intelligentie (AI) in het onderwijs bedreigt de kwaliteit van leren. Studenten dreigen «passieve consumenten» te worden en leraren «toezichthouders», aldus de Parijse denktank.
Het risico schuilt vooral in het gebruiksgemak van generatieve AI-tools. Leerlingen die te vaak directe antwoorden krijgen van chatbots, verliezen hun actieve betrokkenheid bij het leerproces. Onderzoekers in het rapport waarschuwen dat AI als «shortcut» wordt gebruikt, wat vaardigheden ondermijnt die essentieel zijn voor diep leren. Het creëert «een discrepantie tussen het uitvoeren van taken en daadwerkelijk leren».
Impact op leraren
Voor onderwijsprofessionals vormt overdadige AI-afhankelijkheid een andere bedreiging. Het rapport stelt dat hun «autonomie en professionaliteit» onder druk komt te staan wanneer technologie te dominant wordt in de klas. De OESO erkent wel dat AI-tools de productiviteit kunnen verhogen en de tijd voor lesvoorbereiding kunnen verkorten.
Weg vooruit
De denktank roept op tot een gerichte aanpak. Het onderwijs moet «verder gaan dan generieke chatbots en zich richten op tools die speciaal zijn ontwikkeld voor educatie». Deze moeten in samenwerking met leraren worden ontwikkeld, zodat zij kunnen monitoren hoe studenten met AI omgaan en het gebruik actief kunnen vormgeven.
Generatieve AI wordt wereldwijd in schoolsystemen geïntroduceerd, met de belofte van individuele leerlingbegeleiding en creativiteitsbevordering. Het OESO-rapport benadrukt dat technologie kansen biedt, maar waarschuwt: «Maar dit gemak kan ook nadelen met zich meebrengen».
Let op: Dit artikel is gemaakt met Kunstmatige Intelligentie (AI).




